Een brug slaan tussen oost en west

Wie zijn dat eigenlijk, de boeddhisten next door, meer bepaald in Belgische steden als Antwerpen, Gent, Brussel en Charleroi?  Zijn dat mannen in het oranje die de hele dag met hun kop in de wolken lopen en die ik ongetwijfeld niet kan volgen als ze het hebben over hun “verlichte toestand”?  Euhm, nope. Het blijken jonge en oude mannen en vrouwen van allerlei slag en voorkomen. Allemaal verschillende mensen, zo verschillend als u en ik, die op zoek zijn naar momenten van volmaakte harmonie en het vonden bij boeddha, en dus in zichzelf.

Waterceremonie in een Therevada pagode te Brussel

Niet dat ik helemaal niks wist over het boeddhisme voor ik deze film zag. Het aardse leven komt sinds mijn vroegste bewustzijn dusdanig druk, verwarrend en vermoeiend op me over, dat ik in de loop der jaren bijgevolg heel wat bij elkaar heb gelezen over methodes van vroegere en hedendaagse mensen/auteurs, om een staat van “geluk” te bereiken.

Boeddhisme, yoga, “zelfzorg”, Epicurus, …

Mindfulness is mijn jongste aanwinst. Acht weken lang de ervaring van het nu nastreven, enkel dít moment, door middel van meditatie en andere fysische en mentale oefeningen.

Eerlijk gezegd, het begint me op te vallen dat de essentie vaak op hetzelfde neerkomt: aanvaarden, laten zijn wat is, louter ervaren, niet oordelen, je niet verzetten.

Filmmaker Konrad M. schrijft op zijn blog dat ‘het leven zoals het is’ niet weer te geven is via een camera, en dat elke poging daartoe leidt tot ‘een leugen’. Ik kan hem daar wel in volgen, maar vind het toch juist de verdienste (en de functie?) van filmmakers, net zoals van andere auteurs, kunstenaars, …, om het leven te laten zien zoals het voor hen is, op een welbepaald moment in tijd en ruimte.

Nog volledig in de ban van de sfeer, geloof ik dat deze film een bepaalde inhoud in zich draagt, die een brug zou kunnen slaan tussen de spirituele beleving volgens de ‘zuivere’ traditie (een woord dat vaak voorkomt in de film) en de (veel jongere en versnipperde) “Westerse spiritualiteit”.

De traditie zelf – in wezen gaat het om veel verschillende tradities (Chinese, Japanse, …) – is voor (Westerse) volslagen leken zoals ondergetekende misschien niet direct ‘herkenbaar’, de mensen die ze beoefenen des te meer.

De film volgt voortdurend de dansende scheidingslijn tussen de boeddhist en de ‘universele mens’ in elk van de personen/figuren: de boedhist en de wetenschapper, de huisvrouw, de hoogbejaarde.

(aanvulling 14/1 – Heel treffend dat Kurt van Eeghem in het Klara-interview met Konrad, begint met de vraag of hij Konrad de boedhist of Konrad de cineast is…

(Of zie ik een Westers compromis dat eigenlijk niet bestaat?)

De filmmaker zelf mocht best wel nadrukkelijker aanwezig zijn in de film. Alleen al aan de toon van zijn (spijtig genoeg niet rechtstreeks gecapteerde) vragen kun je opmaken dat hij als persoon aan de basis ligt van de mooie combinatie van een serene sfeer en toch prettig ritme, voortgang, variatie, informatie.

Leave a Response