Boeddha in de stad: een appreciatie

In het schemerlicht van een eenzame werkkamer zoomt een man in witte werkjas op een insect in. Op het ogenblik dat de lens van de microscoop het insect tot monsterachtige proporties uitvergroot, hoor je buiten beeld de stem van de man zeggen: “het boeddhisme helpt ons af te stappen van ons opgeblazen ikje”.

Met deze knappe mise-en-abîme die camera en microscoop laat samenvloeien, zet Konrad Maquestieau de toon van zijn documentaire film Boeddha in de stad. Wijzen zonder aan te tonen. Spreken zonder uiteen te zetten. Associëren zonder toe te lichten. Dat wil Maquestieau met zijn film over de welige veelvormigheid van het boeddhisme in de Belgische steden.

altaar_hoa_nghiem_0.jpg

Altaar in pagode

altaar_hoa_nghiem.jpg

Zazen

Het begon met gezonde nieuwsgierigheid. De interlevensbeschouwelijke vereniging Axcent vzw had een lijstje vragen over boeddhisten. Hoe leefden ze? Wie waren ze? Wat deden ze? Hoe brachten ze hun tijd door in de grootstad, tussen wolken lawaai en uitstoot? Droegen ze allemaal saffranen gewaden onder hun kaalgeschoren hoofden, ook zij die hier geboren waren? Of waren er ook in burger? En vanwaar die glimlach? Was die echt eeuwig? En waarom die sympathieke vooringenomenheid van het publiek? Wat hadden ze, dat wij niet hebben? Of hadden ze niéts bijzonders?

Er volgde een lezing. Er volgden gesprekken en getuigenissen. Er volgde een bezoek aan een pagode. Maar het aantal vragen nam in veelvoud toe. En de dingen die zich ontvouwden in hun pracht en praal vroegen naar meer.

Zo ontstond het filmproject Boeddha in de stad. Maquestieau, zelf zenboeddhist, werd er met camera en microfoon op uitgestuurd met geen andere richtlijn dan het stillen van onze leergierigheid. Hij peilde naar de wisselwerking tussen boeddhisme en geglobaliseerde grootstad. Hij sprak met monnik en leek, autochtoon en allochtoon, Europeaan en Aziaat, man en vrouw, academicus en arbeider, jong en oud. Hij werd binnengelaten op onvermoede plaatsen van gebed en meditatie, was de bevoorrechte getuige van eeuwenoude ceremoniële gebruiken en legde als allereerste het rijke boeddhistische leven in België vast.

Maar Boeddha in de stad hoedt er zich voor de vragen frontaal te beantwoorden. Maquestieau’s camera leidt ons in concentrische cirkels langs tientallen gemeenschappen en individuen, vriest vast en laat los, effleureert of blijft hangen, zoomt in of houdt ascetisch afstand. Een volle conferentiezaal sluit plots haar ogen, verzonken in muisstille meditatie. Een man huilt nadat hij de ellende van een ander aan den lijve heeft ondervonden terwijl hij zichzelf zo gelukkig weet. Moeder en zoon mijmeren vanachter de keukentafel over aanvaarding en lostbestemming. Een in saffraan gedrapeerde lama vertrouwt in een fluisterend Engels de kijker toe dat hij eigenlijk niet-religieus is, terwijl het gebedsmolentje achter hem langzamerhand doldraait. Een boeddhabeeld onder een aureool van flikkerend discolicht ziet begrijpend toe en verzoent met de moderniteit, terwijl eeuwenoude mantra’s, buigingen en tromgeroffel de eerbiedwaardige leeftijd van de traditie in herinnering roepen. En op de achtergrond van dit alles de basso continuo van de pulserende stad, waar het voor niemand gemakkelijk is te ontsnappen aan de samsara, –  de boeddhistische wentelgang van begeerte en lijden.

Wie aandachtig kijkt en toehoort en de regels van de filmtaal accepteert, ontdekt stilaan in die mozaïek van impressies en emoties een patroon dat boekdelen spreekt over de religieuze beleving en het boeddhisme in België.

Zeker weten, het boeddhisme ís een religie en niet alleen een “filosofie” (zoals het cliché het wil), al was het maar omdat zoveel tegenstrijdige vormen en meningen er de complexe en onherleidbare rijkdom van uitmaken.

Kijk eens hoe verschillend boeddhisten op de grond zitten (als ze al niet een stoel gebruiken). Sommigen zitten afgezonderd in lotushouding. Anderen vormen strenge rijen van naar elkaar gekeerde ruggen en staren op de kale muur. Nog anderen knielen achter elkaar met hun gezicht naar het leger boeddha’s op het altaar of naar de monniken die de gebeden voorzingen.  Zegt dat niet iets over de verhouding tussen individu en groep die iedere school weer anders invult? En kijk eens naar de frappante contrasten in decor en rituele aankleding. Een orgie van goud en oranje en groen en geel met rook en water en vlaggetjes en gewaden en dikbuikige boeddha’s uit de Theravada of Tibet steekt schreeuwerig af tegen het smetteloze grijs-blauw van de spartaanse Zen. Ontwaren we daar niet de archetypische tweespalt tussen ingetogen ascese en barokke uitbundigheid, die niet alleen in het christendom maar zonder uitzondering in alle grote religies de gemoederen verdeelt?

Of luister eens hoe het boeddhisme door de eigen adepten wordt verwoord. De Europese zenmeester noemt het een authentieke beleving die de oude geloofsvormen vooral niet mag vervangen door nieuwe. De Tibetaanse monnik, doorkneed als hij is in de dialoog met westerse atheïsten, lacht het religieuze gehalte van zijn traditie weg. De Laotiaanse vluchteling voor wie de pagode een sociaal houvast biedt beroept zich juist op de voorouderlijke traditie die hem trots en continuïteit verleent. De jonge Belg bewondert de aanmaning van de boeddha om zich op het eigen meditatieve vermogen te verlaten, en geen verre hemel aan te roepen. Zijn al wat oudere landgenoot neemt, andersom, zijn toevlucht tot een boeddha die hem redden moet “omdat niemand het op eigen houtje kan”.

Het is Maquestieau’s aanzienlijke verdienste deze ongeziene pluriformiteit ondanks de talrijke tegenstrijdigheden onder een gemene noemer te vangen en dat laat me toe deze film niet alleen mooi en soms grappig maar ook aangrijpend te noemen.

Ongeacht afkomst, traditie, leeftijd of sociale achtergrond nemen de talloze mannen en vrouwen die in de film de revue passeren hun geloof of hun overtuiging ernstig omdat ze de zinvraag in de stad ernstig nemen. Die existentiële inzet wekt ontroering in tijden waar de levensbeschouwelijke identiteit in de geglobaliseerde grootstad vlotweg met new age of intolerantie wordt vereenzelvigd. In Boeddha in de stad geen new-agers met een aan wind en weer overgeleverde identiteit. Maar ook geen enthousiastelingen, die u en mij voor het Licht willen winnen. Die zullen zeker rondlopen, ook in het boeddhisme. Maar in Boeddha in de stad doen de geïnterviewden rustig hun verhaal. Rust in de stad. Je zou bijna denken dat het boeddhisme finaal toch één en dezelfde traditie is.

Christof Grootaerts – Axcent vzw

, , , ,

2 Comments

  1. Beste Konrad,

    Proficiat met een supermooie film! Ik ben zelf filmer en zou het er graag nog eens met jou over willen hebben.

    Succes,
    Daniel

  2. J’ai visionné les trailers. Merci de m’inclure dans votre mailing list pour la diffusion du documentaire en France.

Leave a Response